Praktisch
Lengte:
12,7 km
Startpunt:
Parkeerplaats Greenspot Alde Biesen, Kasteelstraat 6, Bilzen
Coördinaten:
50.841743, 5.519060
De Haspengouw is dé fruitregio van België, gelegen op een kalkrijke bodem. Dat betekent in de lente maar één ding: bloemen. Overal bloemen!
De wandeling start bij de imposante landcommanderij Alden Biesen. Omdat dit automatisch ook het eindpunt van de wandeling betekent, reserveer je die het best tot het laatst. Er is onderweg immers nog zoveel meer te zien!
Nieuwzouw
Direct na het fraaie poortgebouw van Alden Biesen wandel je het dal van de Nieuwzouw binnen. Het kleine, nu nog totaal onopvallende stroompje ontspringt hier. Op deze altijd al natte plek groeiden biezen, waarnaar Alden Biesen genoemd werd. Je wordt direct omarmd door de rust van de natuur en het vrolijke vogelconcert van onder andere zwartkop, roodborst en tjiftjaf. Op de helling pronken de grote witte wolken van de sleedoorn, even verderop bloeit een omgevallen zoete kers alsof er niks aan de hand is. Bijen vliegen af en aan, een compleet afgevlogen dagpauwoog geniet van het feestmaal en wie goed kijkt, ontdekt in de bloemen een hele microwereld aan kleine beestjes. In het vochtige bos gaat het bloemenfeest onverminderd door met bosanemonen, bosviooltjes, muskuskruiden, gulden boterbloemen en slanke sleutelbloemen.
Het duurt niet lang voordat de eerste fruitbomen zich aandienen. De peren staan vol in bloei; de meeste appelsoorten volgen spoedig, maar zijn ook nu al fraai met hun rode knoppen. In het grasland is het de beurt aan de zachtroze bloeiende pinksterbloemen.
Demer
De graslanden worden steeds vochtiger zodra je de Demer nadert. Op de rand van een van die graslanden staat een rijtje oude populieren, compleet met maretakken en een spreeuwennest. Ineens klinkt het gebulder van een flinke waterval. Het blijkt het laatste restant van de Motmolen. De watermolen werd, na bijna zevenhonderd jaar dienst te hebben gedaan, in de jaren zestig van de twintigste eeuw gesloopt. Op de plek van de Motmolen stroomt de Demer door een weelderig moerasbos.
Bij het naderen van Bilzen wandel je wederom langs enkele kletsnatte graslanden. Naast pinksterbloemen vallen hier vooral de knalgele dotterbloemen op, het teken dat hier schoon grondwater opborrelt. Het contrast met de onnatuurlijk ogende visvijver De Katteberg kan bijna niet groter. De vele watervogels trekken zich er echter niets van aan: grote Canadese ganzen liggen lekker in de zon te luieren, terwijl een muskuseend juist de schaduw prefereert en een casarca onverschrokken onder een vishengel door wandelt.
Bilzen
Door de bogen van de oude trambrug bereik je Park Haffmans. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, oogt dit park dan juist weer heel natuurlijk. Opvallende zijn de vele gevlekte aronskelken. Een geelwangschildpad vormt een onverwachte ontmoeting. Een andere opvallende verschijning vormt de Bilzermolen, een nog wel complete watermolen uit de dertiende eeuw. Vissen kunnen de molen veilig passeren via een vistrap. Stromend water betekent altijd alert zijn op grote gele kwikstaarten. Het duurt dan ook niet lang voordat deze fraaie vogel zich laat zien. Langs de oevers, en later ook op het dak van de molen, zoekt hij naar smakelijke insecten.
Ongemerkt dring je zo diep door in de stad Bilzen. Een enorme trap, geflankeerd door de prachtig paars bloeiende kleine maagdenpalm, voert je naar de top van de Borreberg. Ooit stond hier een burcht, maar wie nog niet moe is, beklimt nu de bescheiden uitkijktoren. Meteen hierna sta je in het gezellige centrum en kun je bijkomen op een van de vele terrasjes.
Alden Biesen
Zo groen je Bilzen binnen wandelde, zo groen verlaat je deze stad weer, ditmaal over het voormalige tracé van de trambaan. Tijdens dit deel van de wandeling wandel je meer op hoogte, waardoor je steeds geniet van nieuwe vergezichten.
Via een recent herstelde laan keer je terug bij het complex van Alden Biesen. De oude boomgaarden van het complex zijn ommuurd. Door de hoge ouderdom groeien er tal van bijzondere planten op de muur, waaronder muurpeper en wit vetkruid, beide vetplanten die prima overweg kunnen met de extreme groeiplaats. Wederom verschaft een markant poortgebouw (uit 1652) toegang tot het terrein.
Eenmaal op het terrein vormt de waterburcht het meest markante gebouw. Toch begon het in de dertiende eeuw met een eenvoudige kapel die, nadat deze in 1220 aan de Duitse Orde (een rooms-katholieke kruisridderorde) geschonken werd, uitgroeide tot een kerk inclusief bijgebouwen. In 1362 verruilde de Duitse Orde Bilzen voor het veiligere Maastricht. Pas in 1543 zou de Duitse Orde hier terugkeren en werd Alde Biesen het centrum van de macht van een van de 22 balijen (provincies). Daarna zouden de waterburcht, voorburchten en tal van andere gebouwen volgen. Met iedere nieuwe landcommandeur werd het complex steeds aangepast en uitgebreid naar de wensen van die tijd.
Naast de indrukwekkende gebouwen en vele fruitbomen is er nog veel meer te zien, zoals de Franse tuin uit 1700 (in 1991 opnieuw aangelegd) en de Engelse tuin uit 1787. In de Engelse tuin vind je nu vele monumentale bomen en markante bouwwerken, zoals een Romeinse Minervatempel. In 1794 kwam er een eind aan het tijdperk van de Duitse Orde. Nu is het een domein voor vele toeristen en een waardige afsluiter van de bloemrijke wandeling door de noordoosthoek van de Haspengouw.