Kennismaken met Nationaal Park De Meinweg

Midden in Limburg ligt een uniek natuurgebied. Uniek vanwege de ontstaanswijze en vanwege de uitzonderlijke natuurwaarden. Daarnaast is het een gebied met een bewogen geschiedenis. Juist deze combinatie maakt dat het gebied grensoverschrijdend bekendheid geniet. 

Oerkrachten
Dwars door Midden-Limburg en tevens het Meinweggebied loopt de Peelrandbreuk. Ten noorden van de breuk wordt de ondergrond omhoog gedrukt, ten zuiden juist omlaag. Nog altijd is de aarde hier actief, getuige de zware aardbeving van 1992. Ter hoogte van De Meinweg wordt de Peelrandbreuk ‘begeleid’ door een aantal nevenbreuken: de Meinweg- en de Zandbergstoring. Juist langs de verschillende breuken bevinden zich de opvallende hoogteverschillen, oplopend tot wel 30 meter per trede.


De bewegingen in de aardkorst zijn echter niet de enige vormgever van De Meinweg. Voor de laatste ijstijden beïnvloedden zowel de Rijn als de Maas het gebied door het afzetten van zand en grind. Door veranderingen in de waterafvoer en bewegingen in de aardkorst zijn de Maas en Rijn van elkaar gescheiden. De Rijn heeft zich oostwaarts verplaatst, de Maas westwaarts. De Maas heeft zich trapsgewijs ingesneden in z’n eigen sediment. Daarom vinden we alleen bovenop De Meinweg Rijngrind (gemengd met Maasgrind). In de overige delen is alleen Maasgrind aanwezig.


Delen van de rivierafzettingen zijn in de ijstijden afgedekt met een dikke laag stuivend zand. Waar nog enige vegetatie aanwezig was, ontstonden ‘bergjes,’ zoals in het gebied Zandbergen.

 

Van enorme variatie tot nationaal park
Mysterieuze bossen, kraakheldere beken en fonkelende vennen wisselen elkaar af binnen het ruim 1.800 hectare grote Nationaal Park De Meinweg. Deze afwisseling heeft gezorgd voor een enorme variatie in planten en dieren. Tot nog toe zijn maar liefst een kleine 4.000 (!) planten- en diersoorten geteld. Zo zijn bijvoorbeeld 12 van de 16 Nederlandse amfibieënsoorten en 48 van de 71 Nederlandse libellensoorten aanwezig.


Door z’n unieke geologische verleden en de enorme biodiversiteit is De Meinweg in 1995 uitgeroepen tot Nationaal Park. De Meinweg is één van de kleinere nationale parken van Nederland. Mede door de beperkte omvang wordt het unieke karakter van De Meinweg onderstreept: een enorme diversiteit met voor Nederland bijzondere soorten op ‘slechts’ 1.800 hectare.

beautiful demoiselle
Het mannetje van de bosbeekjuffer is te herkennen aan de volledig blauw-zwarte vleugels.

Beken
Twee kraakheldere beken omarmen De Meinweg, de Boschbeek en de Roode Beek. Beide waterlopen ontspringen op Duits grondgebied en vormen ter hoogte van het nationaal park tevens de grens tussen Nederland en Duitsland. De Roode Beek bevat ijzerrijk water waardoor het een wat rode kleur heeft.


Onder de nog kale, overhangende elzen begint het voorjaar langs de beken vroeger en uitbundiger dan waar ook op De Meinweg. Vooral de oevers van de Roode Beek tonen vanaf eind maart tot in april een gevarieerde kleurenpracht. Op kwelrijke plekken verschijnen de zachtgele slanke sleutelbloemen en de minder opvallende goudveilen. Bosanemonen, pinksterbloemen en witte klaverzuringen vullen het voorjaarspalet verder aan.

roode beek
De Roode Beek doet zijn naam eer aan dankzij het hoge ijzergehalte.

De Boschbeek en Roode Beek volgen nog grotendeels hun natuurlijke loop. Binnen De Meinweg bepalen de beken zelf hun eigen route richting de Roer. Het resultaat is een slingerende loop met overhangende, steile buitenbochten en geleidelijk oplopende binnenbochten.


Langs de beken leven enkele bijzondere libellen. Het zijn echt bosbewoners die houden van schoon, stromend en koel beekwater. De bosbeekjuffer doet zijn naam echt eer aan en valt op door de geheel zwarte vleugels. Dit geldt althans voor het mannetje; het vrouwtje is veel minder opvallend aanwezig. Onmiskenbaar zijn ook de gewone bronlibellen. Gewoon zijn ze al lang niet meer, omdat er nog maar weinig schone bronmilieus aanwezig zijn. Bronlibellen zijn niet alleen groot, ze zijn ook vervaarlijk geel-zwart getekend.

meinweg
De stokoude eikenstrubbenbossen van De Meinweg zijn erg bijzonder.
meinweg
Op De Meinweg kom je ook veel productiebossen tegen van spar (foto), grove den of lariks.

Mysterieuze bossen
Grote delen van De Meinweg bestaan uit bossen. Het zijn overwegend aangeplante productiebossen. Hier en daar bevinden zich echter stokoude strubbenbossen. Daar lijken de bomen ook op windstille dagen te bewegen. De kromme stammen wringen zich in allerlei bochten en vormen omhoog. De eiken van deze strubbenbossen werden ooit als hakhout beheerd. Hakhout heeft vaak de neiging minder recht te groeien. Bovendien liet men het kromme hout vaak staan. De vreemde vormen waren geboren.

Naast de bekende en alom vertegenwoordigde zomereik, komt op De Meinweg ook de wintereik voor. Beide eikensoorten zijn na de ijstijden op eigen kracht vanuit Italië in De Meinweg gekomen. Daarmee zijn de eikenbossen van De Meinweg autochtoon, een zeldzaam verschijnsel in Nederland.

Naaldbossen met kaarsrechte stammen komen tamelijk veel voor op De Meinweg. Ze worden omgevormd naar gemengde bossen, waar naast naaldhout ook plaats is voor loofhout. De naaldbossen zijn begin vorige eeuw op grote schaal aangeplant, vooral ten behoeve van de mijnbouw. Naaldhout heeft namelijk de eigenschap te gaan kraken voordat het breekt. Een prima waarschuwingssysteem dus voor de mijnwerkers.


De naaldbossen hebben hun eigen planten- en dierenwereld. Een wandeling door een naaldbos wordt altijd begeleid door de vrolijke melodietjes van goudhaantjes en mezen. De kleine vogeltjes zitten vaak hoog in de bomen en laten zich daardoor gemakkelijker horen dan zien. Veel eenvoudiger te vinden zijn de veelvuldig voorkomende paddenstoelen, vooral waar de bosbodem bedekt wordt met een laagje frisgroen mos.

wild boar
De biggen van wilde zwijnen hebben een gestreepte pyjama.

Zwijnen
Gevreesd zijn ze, vaak gehaat zelfs. Wilde zwijnen hebben een weinig goede reputatie. In hun niet aflatende honger zijn ze in staat hele gebieden volledig om te ploegen, op zoek naar wormen, insecten, paddenstoelen en vruchten, zoals eikels en beukennootjes. Wat achterblijft is een gehavende (bos)bodem. In feite zijn zwijnen dé bijzonderheid van De Meinweg; het is de enige autochtone populatie van Nederland. Zwijnen brengen natuurlijk niet alleen maar slechte dingen. Door het open wroeten van de bodem krijgen bijvoorbeeld pioniersvegetaties een kans zich te ontwikkelen.

meinweg
In augustus bloeit de heide.

Woeste heide
Heide is een echte pionier, die na de Laatste IJstijd al snel grote delen van de zandgronden bevolkte. Met het warmer worden van het klimaat kregen grotere struiken en bomen een kans zich te ontwikkelen. Langzaam raakte de heide in de verdrukking. Door het intensieve gebruik van de mens (het steken van plaggen, het laten grazen van vee) raakten de aanwezige bossen op de relatief arme zandgrond snel uitgeput en keerde de heide terug. Op de hogere, wat drogere delen groeit struikhei. Het is deze heide die in de tweede helft van de zomer voor de bekende bloeiende velden zorgt. Op nattere plaatsen komt gewone dophei voor. De urnvormige bloemen zitten in trosjes bijeen en bloeien wat eerder dan struikhei.

european viper
De adder leeft verborgen tussen het pijpenstrootje en herken je aan de zigzagstreep op de rug.

Adder
De adder is de enige Nederlandse gifslang en komt in Limburg alleen voor op De Meinweg. Niet voor niets is de slang dan ook het symbool van het nationaal park. Adders zijn schuwe dieren en vallen uit zichzelf nooit aan. Een beet is vooral pijnlijk. Wanneer adders met rust gelaten worden en gepaste afstand bewaard wordt, kan er eigenlijk niets gebeuren. Een ontmoeting met een adder is een unieke belevenis, die men zeker moet koesteren (en niet moet vrezen). Adders leven vooral op vochtige heideterreinen en die bij voorkeur voor een groot gedeelte begroeid zijn met pijpenstrootje. ‘s Ochtends zoeken de slangen een plekje in de zon om zich op te warmen. Eenmaal opgewarmd trekken ze zich snel terug in de dichte vegetatie. Adders zijn al vanaf afstand herkenbaar aan de kenmerkende zigzagstreep op de rug.

Misschien wel het mooiste ven van De Meinweg: het Elfenmeer.
alpine newt
De alpenwatersalamander trekt in de vroege lente naar de vennen voor de voortplanting.

Vennen
Op De Meinweg is door de aanwezigheid van breuken in de aardkorst, het reliëf en de diversiteit in bodemmateriaal, sprake van een zeer complex grondwaterverloop. Op lage plekken komt grondwater aan de oppervlakte, waardoor vennen en moerassen ontstaan. Storende lagen in de bodem kunnen lokaal eveneens zorgen voor het vasthouden van water. Droge en natte plekken komen zo op korte afstand van elkaar voor.


Op een mooie zomerdag jagen talrijke libellen boven het wateroppervlak op kleine insecten. Ze zijn met velen; meer dan veertig soorten zijn van De Meinweg bekend. Daarmee is De Meinweg één van libellenrijkste gebieden van Nederland.


Groene kikkers zijn in de zomer niet te missen. Ze organiseren hele kikkerconcerten. Niet alleen overdag, maar ook ’s nachts is het alles behalve rustig. Pas als het allerlaatste streepje schemerlicht achter de horizon verdwenen is, komen de rugstreeppadden te voorschijn. Hun ratelachtige geluid is onder gunstige afstanden tot wel een kilometer te horen.


Behalve kikkers en padden is De Meinweg ook rijk aan kleine ‘waterdraakjes’. Wanneer in het voorjaar de feller wordende zon het ondiepe water langs de randen van de vennen begint op te warmen, verzamelen vele kleine watersalamanders en vinpootsalamanders zich hier om zich voort te planten.

Volop activiteiten en kilometers aan routes

In Nationaal Park De Meinweg worden voor jong en oud volop activiteiten georganiseerd. Tevens beschikt het gebied over een uitgebreid netwerk aan wandel-, fiets- en ruiterroutes. Klik hier voor alle informatie. 

Oude bondswandelweg van Arnhem naar Zutphen, Deventer en Winterswijk met Bondswandelweg-wandelpin

Ontvang onze nieuwsbrief

Nieuwste blogs

Wandelen in Duitsland: de 10 mooiste wandelgebieden en routes

5 watervallen in IJsland voor je bucketlist

Ontdek het grootste blauwe bos van Duitsland